Relationele Gezinstherapie & BergOp

Sinds april 2015 maakt Relationele Gezinstherapie (RGT)  gebruik van BergOp om behandeleffecten te meten en kwaliteit van zorg te waarborgen. Met BergOp worden op efficiënte wijze gegevens verzameld en verwerkt in samenwerking met 8 uitvoerende instellingen. Er zijn speciale formulieren voor Relationele Gezinstherapie ingebouwd in BergOp. Behandelaren voeren na therapiesessies gegevens in en reflecteren hiermee op het behandelproces. De supervisor en het landelijke Kenniscentrum Relationele Gezinstherapie hebben toegang tot de gegevens die de therapeut invult en kunnen zo de voortgang en kwaliteit van de behandeling volgen.

Praktijkvoorbeeld: De behandeling van Shirley

Shirley  is een vrolijk meisje van 17 met een pittig temperament. Er zijn flinke ruzies thuis en  haar ouders twijfelen of ze nog thuis kan wonen. Ze hebben al vaker hulp gehad, maar dit heeft weinig effect gehad.

Voorafgaand aan de behandeling vullen ouders de CBCL en OBVL in. Hieruit blijkt dat ouders zowel internaliserende als externaliserende problemen zien bij hun dochter. Ze ervaren veel stress bij de opvoeding. Shirley vult de YSR in. Zij ervaart zelf geen problemen. De therapeut vult het Gezinsformulier in waarin hij onder andere de verhoudingen tussen de gezinsleden beschrijft. Deze analyse gebruikt hij om zijn interventies optimaal af stemmen op het gezin.

In de eerste fase van de behandeling bouwt de therapeut een werkrelatie op met het  gezin en zorgt hij voor een evenwichtige relatie tussen en met de verschillende gezinsleden. Er is sprake van veel negativiteit en beschuldigingen tussen Shirley en haar ouders. Ze geloven niet dat de therapie zal helpen. De therapeut focust zich in deze fase op afname van de negativiteit en beschuldigingen en het vergroten van hoop . Ook heeft hij als doel de gezinsfocus te vergroten door het individuele probleem van de jongere om te buigen naar een gedeeld probleem waarin het hele gezin zijn aandeel heeft.

Na de tweede sessie met het gezin reflecteert de therapeut op de voortgang van de behandeling. In BergOp voert hij in wat de behandeldoelen zijn en hoe hij hieraan heeft gewerkt. Een persoonlijk leerdoel van de therapeut is het op tijd ingrijpen en onderbreken als de moeder van Shirley voorbeelden gaat geven van dingen die Shirley verkeerd doet. Hij wil moeder niet het gevoel geven dat hij haar niet hoort,  maar weet ook dat hij op tijd iets moet doen om de negatieve interacties te doorbreken. Het is tijdens de sessies een paar keer gelukt om moeder te onderbreken en af te leiden zodat haar focus even veranderende. De therapeut beschrijft hoe hij dat gedaan heeft en komt tot de conclusie dat het hem aardig gelukt is dit op een respectvolle manier te doen. Bij het evalueren van de fasedoelen concludeert de therapeut dat de gezinsfocus iets is toegenomen en dat de negativiteit en wederzijdse beschuldigingen zijn afgenomen. Hij noteert in BergOp dat hij bij de volgende sessie verder gaat werken aan het vergroten van de gezinsfocus en afname van de negativiteit en beschuldigingen.

De supervisor van de therapeut ziet in BergOp dat Jonas gericht aan de specifieke fasedoelen werkt en hierin vooruitgang boekt. Het valt hem echter op dat vader weinig terugkomt in de reflectie van de therapeut, terwijl deze volgens de analyse van de therapeut wel degelijk veel invloed heeft in het gezin. De supervisor vraagt zich af of de therapeut zijn interventies wel voldoende laat aansluiten op de machtsverhoudingen binnen het gezin. Hij besluit tijdens de volgende supervisie hier op terug te komen. Naar aanleiding van de vragen van zijn supervisor gaat de therapeut weer beter voorbereid de volgende sessie in en kan hij meer effect sorteren.

Met behulp van BergOp krijgt Relationele Gezinstherapie op verschillende niveaus meer inzicht in behandeleffecten, wat bijdraagt aan de kwaliteit van zorg.