Bel voor advies 024-3615480 – info@bergop.net
Hoe de Lerende Databank Jeugd helpt om van elkaar te leren. ‘We hebben een schat aan gegevens. Benut die!’
Annemiek Harder en Afke Donker zitten in de Adviescommissie Praktijkonderzoek (APO) van SEJN. Ze vertellen hoe jeugdhulporganisaties samen data verzamelen en hoe studenten, onderzoekers en organisaties – óók buiten SEJN-verband – daar praktijkonderzoek mee kunnen doen. De APO waakt over de kwaliteit van de aanvragen en helpt onderzoekers om de gegevens in de Lerende Databank Jeugd (ook wel LDJ genoemd) optimaal te benutten. ‘Betere hulp voor kinderen en gezinnen: dat is wat ons uiteindelijk drijft.’
Annemiek (links) is bijzonder hoogleraar Wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg en onderwijs bij Erasmus Universiteit Rotterdam. Afke is senior inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoring bij het Nederlands Jeugdinstituut.
Laten we beginnen met de wereld achter de afkortingen. Voor wie dit nog niet weet: wat is SEJN en wat doet de APO?
Annemiek: ‘SEJN staat voor Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdhulp Nederland. Daaraan doen ruim dertig jeugdhulporganisaties en een aantal kennis- en netwerkpartners mee, zoals het Nederlands Jeugdinstituut en Praktikon. Samen willen ze leren van data over de effectiviteit van hun interventies en de jeugdhulp verbeteren. Met elkaar verzamelen ze gegevens uit hun praktijk in de Lerende Databank Jeugd.’
Afke: ‘Die wordt steeds beter gevuld. En hier komt het mooie: iedereen kan een aanvraag indienen om er onderzoek mee te doen: andere jeugdhulporganisaties, universiteiten, studenten. Ook als je geen lid bent van SEJN!’
Annemiek: ‘De APO bewaakt de kwaliteit van de aanvragen die binnenkomen om onderzoek te doen met gegevens uit de Lerende Databank Jeugd.’
Afke: ‘Wij zijn eigenlijk de poortwachters: we bekijken of de onderzoeksvraag nuttig en goed uitgewerkt is. Kun je hem beantwoorden met data uit de Lerende Databank Jeugd?’
Wat is het belang van SEJN en de Lerende Databank Jeugd?
Annemiek: ‘Uiteindelijk wil je betere jeugdhulp bieden. De jeugdhulp komt regelmatig in het nieuws met dingen die niet goed gaan. Je kunt niet alles voorkomen, maar SEJN helpt organisaties om scherp te blijven op kwaliteit. De data bieden een handvat om met elkaar in gesprek te gaan, zowel op team- en organisatieniveau als overkoepelend. De cijfers alleen zeggen natuurlijk niet alles. Je moet juist kijken: wat maakt nou dat het zo uitkomt? Waarom is een interventie wel of niet effectief? Dat gesprek met elkaar voeren over wat werkt en wat beter kan en daar dan vervolgens acties op inzetten… dáár wordt de praktijk van beter.’
Afke: ‘Precies. Een belangrijke boodschap die wij ook vanuit het Nederlands Jeugdinstituut geven, is dat je het beste leert van je eigen proces en niet van het proces van een ander. We zien dat gemeenten soms veel data bij jeugdhulpaanbieders opvragen. Ze willen als het ware zelf de kwaliteit kunnen uitrekenen. Wij zeggen dan: ‘Doe dat nou niet, stuur vooral op leren!’ Want leren vindt plaats op de plek waar je er daadwerkelijk iets mee kunt. Faciliteer dus dat jeugdhulpaanbieders dat zélf doen. SEJN laat zien hoe krachtig dat is.’
‘Leren vindt plaats op de plek waar je er iets mee kunt’
Wat voor gegevens zitten er in de Lerende Databank Jeugd?
Annemiek: ‘Het gaat om data van verschillende vormen van jeugdhulp. Een voorbeeld van een interventie die er goed in vertegenwoordigd is, is intensieve ambulante thuishulp. Dan kun je kijken: hoe ziet die doelgroep eruit? Welke kinderen of ouders komen daarmee in aanraking en wat voor problematiek hebben ze? Je kunt ook kijken naar: Zie je verandering bij kinderen of bij ouders van voor tot na de hulp? Er zijn documenten ontwikkeld die uitleggen wat er in de databank zit, juist ook om anderen te stimuleren ermee aan de slag te gaan.’
Afke: ‘Omdat er in de Lerende Databank Jeugd gegevens zitten vanuit verschillende SEJN-praktijken, kun je meer op algemeen niveau zeggen: dit werkt. Niet alleen ‘dit werkt hier in deze situatie’, maar écht: dit werkt. Daar kun je dan een kennisfundament onder leggen.’
Wat is een voorbeeld van onderzoek met data uit de Lerende Databank Jeugd?
Afke: ‘Het onderzoek naar typen gezinnen die in zorg komen, komt meteen in me op. Op basis van vragenlijsten kun je profielen maken. Je hebt mensen die komen met een kind met externe gedragsproblemen en je hebt gezinnen die komen met een kind dat teruggetrokken is, meer angstig-depressief. Als dit dan uit de data komt, wat zegt ons dat dan? Herkennen we deze profielen in onze dagelijkse praktijk? Wat zit daar als verhaal achter? Op de SEJN-inspiratiebijeenkomst in mei dit jaar bleken deze vragen te leven, toen het onderzoek werd toegelicht. Dat vind ik een succes, dat die vragen gesteld worden. We organiseren daarom een vervolg.’
‘In de Lerende Databank Jeugd vind je data vanuit verschillende vormen van jeugdhulp’
Wat drijft jullie persoonlijk in het meedoen aan de APO?
Annemiek: ‘Mijn drijfveer zit vooral bij kinderen waar het thuis echt niet goed gaat. Denk aan mishandeling, ouders die verslaafd zijn, onveilige situaties. We zijn een rijk land, maar als je ziet wat sommige kinderen meemaken… We hebben nog veel werk te doen. Professionals zijn daarin de sleutel, zij hebben een hele belangrijke rol. Niet alleen binnen de jeugdhulp, maar ook in het onderwijs, bij de GGD, overal waar je kinderen tegenkomt. Zij hebben handvatten nodig: wat werkt wel en niet? En hoe pak je het aan?’
Afke: ‘Het belangrijkste: dat kinderen en gezinnen hulp krijgen die werkt én dat dat steeds beter lukt. De jeugdhulp staat best in een negatief daglicht. Ik wil bijdragen aan een betere positie van de sector, doordat organisaties steeds beter weten wat ze wel en niet kunnen en daardoor steeds beter weten wat werkt. En dat anderen daar ook op kunnen vertrouwen en het meer los durven te laten. Voor mijzelf geldt ook dat ik het gewoon superleuk vind om te onderzoeken wat je met data kunt bereiken. Welke vragen heb je en hoe beantwoord je die het beste? Van dat gepuzzel word ik blij. Dat ik daarmee bijdraag aan iets wat ertoe doet, is helemaal fantastisch.’
Wat zijn jullie tips voor de praktijk?
Afke: ‘Voer vooral het gesprek met elkaar over wat de data laten zien. Welk perspectief heb je daarop, welk verhaal zit erachter, wat kun je daarvan leren? Het Nederlands Jeugdinstituut heeft hiervoor een leidraad ontwikkeld: Samen in gesprek over cijfers. Daar staan veel praktische tips in.’
Annemiek: ‘Het is belangrijk dat hulpverleners die direct in de praktijk werken met kinderen en ouders, instrumenten hebben om dingen zichtbaar te maken. Dat kunnen vragenlijsten zijn, maar ook gesprekken daarover. Wat zit er achter bepaalde scores? Wat speelt er, wat vindt een kind of ouder belangrijk? Zodat we daar met elkaar goed zicht op krijgen.
‘Voer vooral het gesprek met elkaar over het verhaal achter de data’
Hebben jullie wensen voor de toekomst?
Afke: ‘Ik hoop dat de Lerende Databank beter gevonden wordt, dat er meer aanvragen komen. We hebben een schat aan waardevolle gegevens beschikbaar. Mijn oproep is: benut die!’
Annemiek: ‘Hoe kunnen we makkelijk te gebruiken applicaties maken? Voor op je telefoon bijvoorbeeld, waarmee je heel laagdrempelig gegevens kunt verzamelen waar je direct wat mee kunt. Dat zie ik als uitdaging voor de toekomst. Met de Lerende Databank Jeugd hebben we één grote dataset, maar die is vaak overweldigend voor de praktijk. Een vervolgvraag voor mij is daarom: hoe maken we het hands-on zodat mensen die met kinderen, jongeren en ouders werken er meteen mee aan de slag kunnen in hun dagelijkse praktijk?’
Verder lezen
Meer weten over onderzoek doen met de Lerende Databank Jeugd of de APO? Lees verder bij SEJN en op onze website bergop.info/ldj.








































































